maandag 29 juni 2009

Staar (Cataract)

Wat is staar
Voor in het oog, vlak achter de pupil, zit de heldere en doorzichtige ooglens. Naar­mate we ouder worden, wordt deze lens minder helder. Daardoor lijken de dingen die we zien waziger en grauwer van kleur. Dit troebel worden van de ooglens wordt 'staar' of 'cataract' genoemd. Iedereen die ouder wordt, krijgt daarmee te maken. Maar niet iedereen heeft er echt last van.
Er zijn verschillende vormen van staar:
1. aangeboren staar
2. staar ontstaan door ziekte of beschadiging van het oog.
3. ouderdomsstaar (of ‘seniel cataract’)

Ouderdomsstaar
Ouderdomsstaar is een 'normaal' veroude­ringsproces, net als het krijgen van rim­pels. Sommige mensen merken al rond hun veertigste dat hun ooglens troebel wordt. Meestal doen de eerste verschijnse­len van ouderdomsstaar zich echter pas later voor. Of u het merkt, hangt ervan af op welke plek in de ooglens de troebeling zich ontwikkelt en hoe groot die troebeling is. Zit de troebele plek in het midden van de lens of daar vlakbij, dan krijgt u al snel klachten. U gaat bijvoorbeeld wazig zien, dubbelzien, u ziet kleuren doffer of u krijgt last van licht of schitteringen. Als u binnen korte tijd opeens veel sterkere brillenglazen nodig heeft, kan dat ook wij­zen op ouderdomsstaar. Sterkere brillenglazen kunnen het zicht op den duur niet meer verbeteren. Doorgaans neemt de staar in de loop van de tijd toe. Het gezichtsvermogen wordt daarmee steeds slechter.
Een bezoek aan de optometrist of oogarts is dan noodza­kelijk. klik op Expert Care Adviescentra om onze samenwerkende optometristen te vinden.

Onderzoek
Om erachter te komen of er inderdaad sprake is van ouderdomsstaar, bekijkt de optometrist of oogarts uw ogen met de spleetlamp. Deze lamp geeft een smalle bundel licht, waar­mee de optometrist of oogarts het voorste deel van het oog kan bekijken. Daar bevindt zich de ooglens. De optometrist of oogarts kan met het licht zien of er troebelingen zijn in de ooglens en zo ja, hoe ver die staar zich al heeft ontwik­keld. Daarnaast onderzoekt de optometrist of oogarts hoeveel u nog kunt zien en of uw ogen verder ge­zond zijn.

Wanneer behandelen?
Wie nog goed genoeg ziet om zonder pro­blemen het dagelijkse werk en hobby's te kunnen doen, hoeft zich (nog) niet te laten behandelen. Een operatie is dan niet direct noodzakelijk. Het is echter wel re­alistisch om rekening te houden met een staaropera­tie in de toekomst. Staar wordt immers nooit minder; het gezichtsver­mo­gen gaat langzaam maar zeker toch achter­uit. Is (beginnende) staar eenmaal ontdekt, dan is controle nodig indien de klachten erger worden. Zodra de staar te hinderlijk wordt, kan uw gezichtsvermogen weer wor­den her­­steld met een staaroperatie. Wan­neer dit moet gebeuren, kunt u in principe zelf bepalen - maar wel in overleg met uw oogarts.


Ouderdomsstaar is goed te behandelen. Een staaroperatie kan het gezichtsvermo­gen vrijwel volledig herstellen.
Bij deze operatie haalt de oogarts de troebele lens uit het oog en vervangt deze door een kunstlensje. De oogarts ope­reert altijd maar één oog per operatie. Zo kunt u kort na de operatie alles weer doen, omdat u nog voldoende zicht heeft door uw niet-geopereerde oog. Staaroperaties worden heel regelmatig uitgevoerd. In principe is het risico van complicaties gering maar een bloeding, infectie of netvliesprobleem kan optreden. Ook lukt het soms niet alle lensresten te verwijderen bij de operatie. Bij een deel van de patiënten kan zogenaamde na- staar optreden, waarbij een geringe troebeling ontstaat die met een laserbehandeling te behandelen is. Ook op zeer hoge leeftijd is de operatie nog goed te onder­gaan. Overigens is opereren de enige manier om echt iets te doen aan ouderdomsstaar. Er bestaan geen medicijnen tegen staar.

bron: de brochure STAAR van het NOG

Geen opmerkingen:

Een reactie posten